De huisvestings- en verzorgingsovereenkomst bevat in ieder geval:
een omschrijving van de ter beschikking gestelde wooneenheid;
een beschrijving van de door of vanwege de houder te bieden verzorging;
de bepaling dat de houder en de bewoner zich verbinden de bepalingen van het huisreglement na te komen;
de verzorgingsprijs en de procedure bij wijziging daarvan;
een overzicht van de voor rekening van de houder en voor rekening van de bewoner komende verzekeringen;
de financiële regeling bij tijdelijke afwezigheid van de bewoner;
de duur van de overeenkomst en de gronden waarop, alsmede de termijn waarbinnen de overeenkomst door de bewoner en de houder kan worden gewijzigd of beëindigd;
de bepaling, dat de wooneenheid maximaal een jaar ter beschikking van de bewoner blijft tijdens een tijdelijk verblijf in een ziekenhuis of verpleeghuizen; dat zo nodig na deze periode een andere kamer zal worden aangeboden;
de bepaling, dat de bewoner medewerking zal verlenen aan overplaatsing naar een meer passende voorziening indien het een overplaatsing voor onbepaalde tijd betreft en de behandelend arts, de houder en medisch adviseur dat noodzakelijk achten en een daartoe strekkende indicatie is afgegeven;
op welke termijn na overlijden dan wel in geval van langdurige verpleging van één der echtgenoten elders, de achtergeblevene naar een andere (éénpersoons) wooneenheid dient te verhuizen;
de bepaling, dat de houder en het personeel de toestemming van de bewoner nodig hebben voor het betreden van diens woonruimte, anders dan in noodgevallen en voor het schoonmaken op de tijden als vermeld in het huisreglement;
de bepaling, dat de bewoner bij herhaald wangedrag het verdere verblijf in het bejaardenoord kan worden ontzegd.
HOOFDSTUK II
Artikel 7