**1..** Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van één of meer bepalingen van deze verordening.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden stellen aan het verlenen van de in lid 1 bedoelde ontheffing.
**3..** Ontheffing kan worden verleend voor ten hoogste vijf jaar.
**4..** Geen ontheffing kan worden verleend van het bepaalde in de hoofdstukken I tot en met IV, X en XIV.
**5..** Indien een ontheffing is verleend van het gestelde in hoofdstuk V, § 2, raadpleegt de houder voor die zaken die ingevolge deze verordening tot de taken en bevoegdheden van de bewonerscommissie horen een algemene vergadering van de bewoners en personeel.
In dit geval worden in het huisreglement bepalingen opgenomen met betrekking tot de werkwijze van deze algemene vergaderingen.
**6..** Ontheffing van het bepaalde in de hoofdstukken VI tot en met IX kan slechts worden verleend voor zover redelijkerwijs niet terstond kan worden voorzien in het bij deze hoofdstukken bepaalde en de ontheffing geen gevaar oplevert voor de bewoners.
**7..** Ontheffing van het bepaalde in hoofdstuk IX kan slechts worden verleend voor zover het betreft bejaardenoorden, welke zijn gebouwd onder de vóór 1965 geldende Voorschriften en Wenken voor het ontwerpen van verzorgingstehuizen voor bejaarden van het Ministerie van VROM.
**8..** De houder moet een verzoek om ontheffing schriftelijk, met redenen omkleed, indienen bij burgemeester en wethouders. De aanvraag dient te zijn vergezeld van de visie van de bewonerscommissie.
**9..** Alvorens op een verzoek om ontheffing te beslissen, winnen burgemeester en wethouders het advies in van de commissie als bedoeld in artikel 17 van de wet.
**10..** Burgemeester en wethouders delen hun besluit schriftelijk mee aan de houder en zenden tegelijkertijd een afschrift van hun besluit aan de commissie als bedoeld in artikel 17 van de wet.
HOOFDSTUK XIV
Artikel 76