**1..** Burgemeester en wethouders kennen de bijdrage voorts toe onder de voorwaarden dat:
de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de huurprijs van de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen, na ingrijpende woningverbetering gedurende vijf achtereenvolgende jaren, elk jaar met ingang van 1 juli ten hoogste zal verhogen met het in het desbetreffende jaar ex artikel 18 van de Huurprijzenwet woonruimte vastgestelde percentage en de huurprijs van woonruimte, welke gelegen is in de bebouwde kom van vóór 1930, na deze vijf verhogingen, gedurende vijf jaar ten hoogste zal verhogen met een bedrag dat gelijk is aan het in dat jaar in artikel 18 van de Huurprijzenwet woonruimte aangegeven percentage vermeerderd met de helft van het huurharmonisatiepercentage;
de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de huurprijs van de woonruimte, na niet-ingrijpende woningverbetering of groot onderhoud gedurende vijf achtereenvolgende jaren, elk jaar met ingang van 1 juli ten hoogste zal verhogen met het in het desbetreffende jaar door de minister toegestane percentage met dien verstande dat voor woonruimte welke gelegen is in de bebouwde kom van vóór 1930, slechts de helft van het huurharmonisatiepercentage zal worden doorberekend.
**2..** Het bepaalde in het eerste lid blijft onverkort van kracht indien gedurende de eerste vijf jaar na verstrekking van de bijdrage een woning leeg komt.
HOOFDSTUK III Bepalingen verband houdende met het toekennen van bijdragen in de kosten van de voorzieningen
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Verordening geldelijke steun voorzieningen aan particuliere huurwoningen ’s-Gravenhage 1987.