Naar hoofdinhoud
1.. De bijdrage in de kosten van het treffen van voorzieningen aan woningen als bedoeld in de verordening wordt indien het plan betrekking heeft op een woning, die eigendom is van: lichamen als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Stb. 469), met betrekking tot welke in het jaar voorafgaande aan het jaar waarin het plan is ingediend, sprake was van en belastbaar bedrag als bedoeld in artikel 7, tweede lid van die wet; een natuurlijk persoon die in het jaar, voorafgaand aan het jaar waarin het plan is ingediend, een belastbaar inkomen als bedoeld in artikel 3, tweede lid van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Stb 519) genoot, berekend aan de hand van schema I in de bijlage. 2.. Indien het eerste lid niet van toepassing is wordt de bijdrage in de kosten van voorzieningen aan woningen als bedoeld in deze verordening berekend aan de hand van schema II in de bijlage. 3.. De bijdrage in de kosten van het treffen van voorzieningen wordt, indien voor de eerste maal een dergelijke bijdrage op grond van deze verordening wordt verstrekt, berekend: met gebruikmaking van de drie percentages, genoemd onder de hoofdletter A van het in het eerste en tweede lid opgenomen schema (zie bijlage), indien het plan betrekking heeft op een woning gereedgekomen vóór 1 januari 1946; met gebruikmaking van de drie percentages, genoemd onder de hoofdletter B van het in het eerste of tweede lid opgenomen schema (zie bijlage), indien het plan betrekking heeft op een woning gereedgekomen op of na 1 januari 1946 doch voor 1 januari 1968; met gebruikmaking van de drie percentages, genoemd onder de hoofdletter C van het in het eerste of tweede lid opgenomen schema (zie bijlage), indien het plan betrekking heeft op een woning, gereedgekomen op of na 1 januari 1968 doch ten tijde van de aanvraag ten minste 15 jaar oud. 4.. De bijdrage in de kosten van het treffen van voorzieningen wordt, indien voor de tweede of een volgende maal een dergelijke bijdrage op grond van deze verordening wordt verstrekt, berekend: met gebruikmaking van de drie percentages, genoemd onder de hoofdletter B van het in het eerste of tweede lid opgenomen schema (zie bijlage), indien het plan betrekking heeft op een woning gereedgekomen vóór 1 januari 1946, in de kosten van het treffen van voorzieningen waaraan eenmaal eerder een bijdrage op voet van deze verordening is verstrekt; met gebruikmaking van de drie percentages, genoemd onder de hoofdletter C van het in het eerste of tweede lid opgenomen schema (zie bijlage), indien het plan betrekking heeft op: een woning gereedgekomen vóór 1 januari 1946, in de kosten van het treffen van voorzieningen, waaraan tweemaal of meerdere malen eerder een bijdrage op voet van deze verordening is verstrekt; een woning gereedgekomen op of na 1 januari 1946 doch ten tijde van de aanvraag ten minste 15 jaar oud, in de kosten van het treffen van de voorzieningen waaraan eenmaal of meerdere malen eerder een bijdrage op voet van deze verordening is verstrekt. 5.. Indien schijf I van het in het eerste of tweede lid opgenomen schema (zie bijlage) van toepassing is, is de bijdrage in de kosten van het treffen van voorzieningen gelijk aan de voor de schijf geldende en ingevolge het derde of vierde lid toepasselijke percentages van de kosten van de voorzieningen. 6.. Indien schijf II van het in het eerste of tweede lid opgenomen schema (zie bijlage) van toepassing is, is de bijdrage in de kosten van het treffen van voorzieningen gelijk aan: het voor schijf I van dat schema geldende en ingevolge het derde of vierde lid toepasselijke percentage van een bedrag gelijk aan 30% van de kosten van vergelijkbare nieuwbouw vermeerderd met: het voor schijf II van dat schema geldende en ingevolge het derde of vierde lid toepasselijke percentage van het bedrag dat wordt verkregen door de kosten van de voorzieningen te verminderen met een bedrag, gelijk aan 30% van de kosten van vergelijkbare nieuwbouw. 7.. Indien schijf III van het in het eerste of tweede lid opgenomen schema (zie bijlage) van toepassing is, is de bijdrage in de kosten van het treffen van voorzieningen gelijk aan: het, door berekening van het gewogen gemiddelde en de voor de schijven I en II van dat schema geldende en ingevolge het derde of vierde lid toepasselijke percentage verkregen, percentage van een bedrag gelijk aan 50% van de kosten van vergelijkbare nieuwbouw vermeerderd met: het voor schijf III van dat schema geldende en ingevolge het derde of vierde lid toepasselijke percentage van het bedrag, dat wordt verkregen door de kosten van de voorzieningen te verminderen met een bedrag, gelijk aan 50% van de kosten van vergelijkbare nieuwbouw.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel