Naar hoofdinhoud
1.. Degene, die wil doen begraven, een asbus wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien op dagen als bedoeld in artikel 14, lid 1, geeft daarvan zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 uur tevoren kennis aan het hoofd van de begraafplaatsen. Voor gevallen als bedoeld in artikel 14, lid 2, geldt een kennisgevingstermijn van 48 uur. 2.. Geen grafruimte of urnennis mag ter begraving of voor het daarin bijzetten van een asbus worden geopend of daarna worden gedicht dan op aanwijzing en onder toezicht van het hoofd van de begraafplaatsen. 3.. Alvorens tot begraving of bijzetting wordt overgegaan, wordt door of vanwege het hoofd van de begraafplaatsen kosteloos een kenteken op de kist of de asbus aangebracht, waaruit de identiteit van de overledene kan blijken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel