Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders verstrekken voorschotten op de geldelijke steun, het restant subsidiebedrag en de jaarlijkse bijdragen, op dezelfde wijze, waarop de minister voorschotten of het restant subsidiebedrag aan de gemeente verleent en niet eerder dan dat de minister deze voorschotten of her restant subsidiebedrag heeft verleend. 2.. Burgemeester en wethouders stellen met inachtneming van lid 1 en lid 3 van dit artikel de voorschotten, die de minister verleent, op de 1e van de maand volgend op het ontvangen van de verklaring waarin staat dat met de werkzaamheden een aanvang is genomen, ter beschikking aan de aanvrager. 3.. Indien op het moment dat de gemeente het eerste voorschot ontvangt, met de werkzaamheden nog geen aanvang is genomen, verschuift het gehele betalingsritme met eenzelfde tijdspanne als de tijdspanne die ligt tussen de datum van ontvangst van het eerste voorschot bij de gemeente en de datum van aanvang met de werkzaamheden. 4.. In gevallen waarin niet voldaan is aan het gestelde in deze verordening, kan de bevoorschotting opgeschort worden danwel kunnen de voorschotten teruggevorderd worden.

Rechtspraak bij dit artikel