Naar hoofdinhoud
1.. Jaarlijks voor 1 mei stelt de raad het budget, het deelbudget, de streefsubsidie en het streefaantal per budgetcategorie, als bedoeld in dit artikel vast. 2.. Als budgetcategorieën worden onderscheiden: Vooroorlogs sociaal bezit, jaarlijkse bijdragen; woningen gereedgekomen voor 1 januari 1946 en in eigendom van een sociale verhuurder. Indien de in het plan aangegeven aanvaarde kosten van voorzieningen, voor zover die voorzieningen andere zijn dan geluidwerende maatregelen, meer bedragen dan 50 procent van de kosten van vergelijkbare nieuwbouw; Vooroorlogs sociaal bezit, bijdrage-ineens; woningen gereedgekomen voor 1 januari 1946 en in eigendom van een sociale verhuurder. Indien de in het plan aangegeven aanvaarde kosten van voorzieningen voor zover die voorzieningen andere zijn dan geluidwerende maatregelen, 50 procent of minder bedragen dan de kosten van vergelijkbare nieuwbouw; Vooroorlogs aangekocht bezit; jaarlijkse bijdragen; woningen gereedgekomen voor 1 januari 1946 en aangekocht door een sociale verhuurder en voormalig particulier bezit. Indien de in het plan aangegeven aanvaarde kosten van voorzieningen, voor zover die voorzieningen andere zijn dan geluidwerende maatregelen, meer bedragen dan 50 procent van de kosten van vergelijkbare nieuwbouw; Vooroorlogs aangekocht bezit, bijdrage ineens; woningen gereedgekomen voor 1 januari 1946 en aangekocht door een sociale verhuurder en voormalig particulier bezit. Indien de in het plan aangegeven aanvaarde kosten van voorzieningen voor zover die voorzieningen andere zijn dan geluidwerende maatregelen, 50 procent of minder bedragen dan de kosten van vergelijkbare nieuwbouw; na-oorlogse sociale voorraad 1946-1968; woningen gereedgekomen op of na 1 januari 1946, doch gebouwd met geldelijke steun van rijkswege op voet van enige regeling, geldende voor 1 januari 1968, of indien gebouwd zonder geldelijke steun van rijkswege, gereedgekomen voor 1 januari 1968 na-oorlogse sociale voorraad vanaf 1968; woningen, gebouw met geldelijke steun van rijkswege op voet van enige regeling, geldende met ingang van 1 januari 1968 of een latere datum, of, indien gebouwd zonder geldelijke steun van rijkswege, gereedgekomen op of na 1 januari 1968; geluidwerende maatregelen; woningen met betrekking tot welke is vastgesteld, dat de geluidbelasting van de gevel hoger ligt dan 65 dB(A), of in geval van geluidwerende maatregelen in verband met industrielawaai, 60 dB(A), en dat de geluidwering van de gevel ingevolge het Besluit geluidwering gebouwen ten minste 26 dB(A) dient te bedragen.

Rechtspraak bij dit artikel