Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9f:3

Artikel 9f:3

Onderdeel van CAR/UWO

1 . De ambtenaar wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd, bedoeld in lid 2, bereikt volledig buitengewoon verlof verleend tegen doorbetaling van 75% netto van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag volgens de fiscale regels zoals die gelden op de datum van uitbetaling als ware hij in actieve dienst met toepassing van de arbeidskorting. 2 . De uittredeleeftijd is afhankelijk van het aantal dienstjaren in een bezwarende functie bedoeld in artikel 9b:2 onder c op 1 januari 2006 en bedraagt bij: a. 20 dienstjaren of meer : 56 jaar; b. 15 tot 20 dienstjaren : 57 jaar; c. 10 tot 15 dienstjaren : 58 jaar; d. 5 tot 10 dienstjaren : 59 jaar; e. 0 tot 5 dienstjaren : 59 jaar, tenzij de ambtenaar gebruik maakt van de mogelijkheid bedoeld in artikel 9f:5 of artikel 9f:6. 3 . De duur van het toegekende volledig buitengewoon verlof voor de ambtenaar van de uittredeleeftijd, bedoeld in lid 1, bedraagt bij: a. 20 dienstjaren of meer : 8 jaar; b. 15 tot 20 dienstjaren : 7 jaar; c. 10 tot 15 dienstjaren : 6 jaar; d. 5 tot 10 dienstjaren : 5 jaar; e. 0 tot 5 dienstjaren : 5 jaar. 4 . De ambtenaar, bedoeld in lid 2 onder d, gaat met ingang van de eerste dag volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 58 jaar bereikt 50% van de voor hem geldende formele arbeidsduur werken. Hij heeft dan aanspraak op doorbetaling van 90% bruto van de voor hem geldende berekeningsgrondslag tot de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 59 jaar bereikt. 5 . De ambtenaar, bedoeld in lid 4, moet medisch geschikt zijn om 50% in zijn bezwarende functie door te werken. Is hij dat niet dan wordt hij ziek gemeld op de leeftijd van 58 jaar en hersteld gemeld op de leeftijd van 59 jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel