**1.** Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:4 heeft de ambtenaar recht op een vergoeding, indien binnen 72 uur voor aanvang van de oorspronkelijk vastgestelde:
feitelijke arbeidsduur per week, deze arbeidsduur wordt verschoven;
werktijd, deze werktijd wordt verschoven.
**2.** Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval een verschuiving van de oorspronkelijk vastgestelde arbeidsduur per week en/of de oorspronkelijk vastgestelde werktijd plaatsvindt zonder dat het dienstbelang dit vereist, gedurende de periode gelegen tussen een maand en 72 uur voor aanvang van de betreffende week dan wel de werktijd.
**3.** De hoogte van deze vergoeding bedraagt voor elk verschoven uur 25% van het uurloon.