De vrijwilliger kan voor een bepaalde tijd geschorst worden:
wanneer hem de straf van disciplinair ontslag is opgelegd of hem het voornemen daartoe kenbaar is gemaakt;
wanneer tegen hem, op grond van het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering, een bevel tot inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis ten uitvoer wordt gelegd;
wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging is ingesteld wegens misdrijf;
in andere gevallen waarin het belang van de dienst dit noodzakelijk maakt.
Hoofdstuk
Artikel 19:40