Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van:
verlies van een vereiste bij de aanstelling door het bestuursorgaan gesteld, tenzij het vereiste alleen bij aanvaarding van de functie geldt;
aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in de functie zou uitsluiten;
staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf;
het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met indiensttreding, tenzij hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
Hoofdstuk
Artikel 8:7