Lid 1
Aan de ambtenaar kan om redenen van schaarste op de arbeidsmarkt of marktwaarde
een arbeidsmarkt- of bindingstoelage worden toegekend.
Lid 2
De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend voor een tijdvak
dat tevoren is vastgesteld, met inachtneming van een maximum van drie
jaar.
Lid 3
De hoogte van de toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten hoogte
10% van het maximumsalaris van de voor de ambtenaar geldende salarisschaal.
Lid 4
De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt bij het verstrijken van
het tijdvak als bedoeld in het tweede lid. Wanneer de arbeidsmarktsituatie
waarop de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat, kan de ambtenaar opnieuw
een toelage als bedoeld in het eerste lid worden toegekend.