De tijdcompensatie is gelijk aan het aantal gewerkte uren. Deze compensatie
wordt verleend op een zo vroeg mogelijk tijdstip, gelegen zo mogelijk
binnen twee weken, doch uiterlijk binnen zes weken na de week waarin het
overwerk is verricht.
Afwijking hiervan is mogelijk op verzoek van de ambtenaar en voor zover
de belangen van de dienst en de belangen van de andere ambtenaren dit
toelaten.
Kan geen tijdcompensatie worden verleend in overeenstemming met het in
het hiervoor bepaalde, dan worden de gewerkte uren samen met de opslag,
als bedoeld onder artikel 4, als één vergoeding
uitbetaald op basis van het uurloon van de ambtenaar.