Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Verordening op de Binnenwateren

1.. Met het lossen, laden of verladen van gevaarlijke stoffen mag eerst een aanvang worden gemaakt nadat daartoe van de havenmeester toestemming is verkregen. 2.. De schipper van een afgemeerd schip, dat gevaarlijke stoffen laadt, lost of aan boord heeft, is verplicht er voor zorg te (doen) dragen dat: het schip zodanig met de wal is verbonden, dat het te allen tijde snel en veilig kan worden betreden en/of verlaten; het schip te allen tijde met eigen mechanische middelen en/of met behulp van sleepboten onmiddellijk kan worden verhaald; de toegang van het dek naar de ruimten waar zich gevaarlijke stoffen bevinden, zodanig vrij is, dat deze ruimten snel en veilig kunnen worden verlaten en/of betreden. Aan boord van een schip als bedoeld in het voorgaande lid, moet op waarschuwingsborden nabij de valreep of statietrap en elke andere op- of afgang ten minste in de Nederlandse taal zijn vermeld, dat de toegang voor onbevoegden, roken en open vuur is verboden.

Rechtspraak bij dit artikel