Lid 1
De vertrouwenspersoon is bevoegd informatie in te winnen bij betrokkenen, na toestemming van degene die zich tot deze functionaris wendt voor advies en ondersteuning vanwege een geval van ongewenst gedrag, voor zover de uitvoering van de taken zoals bedoeld onder artikel 3 lid 2, daartoe noodzaakt. De vertrouwenspersoon neemt daarbij de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht ter bescherming van de privacy van alle betrokkenen.
Lid 2
De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in verband met de werkzaamheden als vertrouwenspersoon ter kennis komt. De geheimhoudingsplicht geldt niet voorzover de uitvoering van de taken, bedoeld onder artikel 2 lid 2 daartoe noodzaakt.
Lid 3
In voorkomende gevallen kan de vertrouwenspersoon externe deskundigen raadplegen.
Lid 4
Personen die door de vertrouwenspersoon worden benaderd uit hoofde van hun functie zijn verplicht tot geheimhouding.
Lid 5
De vertrouwenspersoon houdt een archief bij.
Hoofdstuk
Artikel 4
Vertrouwenspersoon – werkwijze en taken
Onderdeel van Klachtenregeling met betrekking tot ongewenst gedrag