Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Spaarloon

Onderdeel van Spaarloonregeling

De werkgever houdt met ingang van een door de deelnemer aan te geven datum op diens brutoloon een bedrag aan spaarloon in en maakt dat over naar een door de deelnemer geopende spaarloonrekening dan wel naar de rekening van de financiële instelling bij wijze van betaling van door de deelnemer of diens partner verschuldigde premies als bedoeld in artikel 6 van deze regeling. Bij arbeidsongeschiktheid wordt het, eventueel aangepaste, spaarloon ingehouden op de uitkeringen krachtens de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering en Wet Werkloosheidsvoorziening, voor zover deze via de werkgever geschieden. De inhouding en overmaking van spaarloon kan gebeuren in maandelijkse termijnen of via een eenmalige in de maand mei. Wijziging van het spaarloonbedrag is alleen mogelijk per 1 januari van enig jaar. Het spaarloon bedraagt maximaal € 613,-- (peildatum 1 januari 2005) per jaar

Rechtspraak bij dit artikel