Het college van burgemeester en wethouders kan een vergunning in elk geval intrekken of wijzigen:
op aanvraag van de vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;
wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
om redenen van openbaar belang;
wanneer de vergunninghouder niet, niet volledig of niet tijdig de parkeerbelasting, bedoeld in artikel 2 onderdeel b van de Verordening parkeerbelastingen 2008, heeft voldaan.
AFDELING II
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren.