Naar hoofdinhoud
Het college van burgemeester en wethouders kan een vergunning in elk geval intrekken of wijzigen: op aanvraag van de vergunninghouder; wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt; wanneer er niet of niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan die van toepassing waren voor het verlenen van de vergunning; wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen; wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; om redenen van openbaar belang; wanneer de vergunninghouder niet, niet volledig of niet tijdig de parkeerbelasting, bedoeld in artikel 2 onderdeel b van de Verordening parkeerbelastingen 2008, heeft voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel