De artikelen 1 t/m 8 van het Model-uitkeringsreglement Werkloosheidswet gelden voor zoveel mogelijk als uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van een doelmatige controle van betrokkene en als uitvoeringsvoorschriften met betrekking tot het genieten van vakantie tijdens de duur van de suppletie, met dien verstande dat voor de hierna te noemen begrippen uit het model-uitkeringsreglement moet worden gelezen:
bedrijfsvereniging: de UWV;
bestuur: de UWV;
werknemer: betrokkene;
werkgever: het bestuursorgaan dat bevoegd is betrokkene ontslag te verlenen;
uitkering: suppletie;
Werkloosheidswet, wat de toepassing van artikel 7 betreft: suppletie.
Met betrekking tot het genieten van vakantie tijdens de duur van de suppletie gelden als uitvoeringsvoorschriften de Regels betreffende het begrip vakantie en de periode van vakantie met behoud van recht op uitkering, vastgesteld bij besluit van de toenmalige Sociale verzekeringsraad d.d. 23 januari 1992 (Stcrt. 1992, 19) welke ingevolge artikel XLVII van de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen gelden als het besluit van het Tica op grond van artikel 19, vijfde lid, van de Werkloosheidswet, met dien verstande dat voor uitkering dient te worden gelezen: suppletie.
Wijzigingen in het in het eerste lid genoemde modelreglement onderscheidenlijk de in het tweede lid genoemde Regels gelden, voor zover deze als uitvoeringsvoorschiften van de suppletieregeling zijn aangeduid, als wijzigingen van deze uitvoeringsvoorschriften.
Hoofdstuk
Artikel 2
Uitvoeringsvoorschriften
Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften suppletieregeling