Loonkostensubsidie is een re-integratieinstrument om de kansen op een reguliere baan en het bereiken van uitkeringsonafhankelijkheid te vergroten. Als de klant nog niet helemaal klaar is voor de arbeidsmarkt en enige vorm van begeleiding nodig heeft, kan het inzetten van de loonkostensubsidie een extra stimulans zijn voor de werkgever. Een voorwaarde voor het verstrekken van loonkostensubsidie is dat de werkgever voornemens is om bij gebleken geschiktheid van de werknemer na de subsidieperiode de arbeidsovereenkomst voort te zetten.
Algemene uitgangspunten bij het inzetten van loonkostensubsidie zijn opgenomen in de wet STAP (Stimulering Arbeidsparticipatie d.m.v. loonkostensubsidie en participatieplaatsen). Deze wet regelt de mogelijkheid voor met name het UWVwerkbedrijf om loonkostensubsidie in te zetten voor de arbeidsparticipatie van klanten in het UWV-domein. Gemeenten en WERKbedrijf zijn echter samen verantwoordelijk om mensen met een grote(re) afstand te begeleiden naar werk. In de samenwerking bieden we diensten aan die zoveel mogelijk aansluiten.
Bij de invulling van banen met loonkostensubsidie worden de volgende criteria/uitgangspunten gehanteerd voor de overweging om al dan niet gesubsidieerde arbeid aan te bieden als arbeidsmarktinstrument:
1. mate van maatschappelijke relevantie;
2. relevantie voor uitstroom naar regulier werk;
3. beperking in duur van het contract (1 jaar, na dat jaar wordt opnieuw gekeken naar de arbeidsmogelijkheden van de belanghebbende en de noodzaak voor het in stand houden van de subsidie);
4. alleen personen met voldoende capaciteiten tot uitstroom naar een reguliere baan worden geplaatst;
5. met de werkgever wordt vooraf vastgelegd hoe een toenemende verdiencapaciteit (afname loonkostensubsidie in de tijd) dient te resulteren in het regulier maken van een baan;
6. er vind geen verdringen plaats van reguliere arbeid;
7. er is geen conflict met de Europese richtlijn inzake staatssteun;
8. de eis kan worden gesteld dat voorafgaande aan de gesubsidieerde baan een succesvol afgeronde werkstage heeft plaatsgevonden;
9. de werkgever sluit een WA-verzekering af voor de deelnemer;
10. de werkgever draagt zorg voor de benodigde voorzieningen (kleding, schoeisel etc) of hierover met de gemeente afspraken.
Het is altijd ter beoordeling van de klantmanager en/of de medewerker re-integratie welke vorm van subsidie redelijk is en het beste aansluit bij de klant. Tijdens de periode dat sprake is van loonkostensubsidie, dient er wel regelmatig contact tussen de gemeente, werkgever en werknemer te zijn. Doel is uiteindelijk toch om op termijn een subsidieonafhankelijke arbeidsovereenkomst te creëren.
Op individuele basis kan van de voorwaarde ´in diensttreden bij de werkgever´ worden afgeweken. Denk bijvoorbeeld aan een subsidie voor de werkgever gedurende een stageperiode, voorafgaand aan het in dienst treden. In de regiogemeenten wordt als richtlijn een subsidie van € 150,- per maand voor begeleidingskosten gedurende een periode van 6 maanden gehanteerd, als de klant eerst een stageperiode nodig heeft.
Tot slot is van belang dat de administratieve lasten voor werkgevers maximaal worden beperkt! Daartoe is noodzakelijk dat de matching van werkzoekenden en werkgevers snel en soepel verloopt; hetzelfde geldt voor de afwikkeling van de loonkostensubsidie.
Premiekorting ouderen
Werkgevers die een uitkeringsgerechtigde aannemen van 50 jaar of ouder, kunnen een korting krijgen op de WW- en arbeidsongeschiktheidspremies. Het gaat om ouderen met een WW-, bijstands- of arbeidsongeschiktheidsuitkering. De werkgevers krijgen de korting van € 6500 euro drie jaar lang. De wet is sinds 1 januari 2009 van kracht.
De werkgevers krijgen verder een premiekorting van € 2750 (vanaf 2013: € 6500) euro per jaar per werknemer van 62 jaar of ouder die ze in dienst houden. Deze wet vervangt de bestaande premievrijstellingsregeling voor het aannemen van een werknemer van 50 of ouder en het in dienst houden van een werknemer van 54,5 jaar of ouder. De premievrijstelling bedraagt gemiddeld € 1500 euro per jaar. Werkgevers die al premievrijstelling krijgen voor hun werknemer(s) van 54,5 jaar of ouder, behouden die.
Met ingang van 1 januari 2009 komt een werkgever die een uitkeringsgerechtigde van 50 jaar of ouder in dienst neemt gedurende maximaal drie jaar in aanmerking voor een premiekorting van € 6500, ongeacht de uitkeringsachtergrond.
Het is belangrijk dat zowel de werkzoekende, de werkgever, de klantmanager als de jobhunter deze subsidiemogelijkheid kennen. We gebruiken het instrument enkel als marketinginstrument. Deze subsidiemogelijkheid kan namelijk potentiële werkgevers stimuleren om een oudere werkzoekende in dienst te nemen. De subsidieaanvraag loopt via de belastingdienst. Dit betekent dat binnen de gemeente geen extra registratie ten behoeve van premiekorting ouderen plaatsvindt.
Voor de toepassing van de premiekorting moet de werkgever kunnen aantonen dat hij daartoe gerechtigd is. Een werkgever moet hiervoor in zijn administratie een document bewaren dat aantoont dat de betrokkene voorafgaand aan de premiekorting een uitkering had (Doelgroepverklaring).
Artikel 14
Subsidie in loonkosten
Onderdeel van Beleidsregels re-integratievordering WWB IOAW IOAZ 2010