Naar hoofdinhoud
In de re-integratieverordening 2010 is bepaald dat het college nadere regels vaststelt over de voorwaarden van de premies en de hoogte. Deze nadere regels zijn afzonderlijk opgesteld en voor de volledigheid ook in deze beleidsregels opgenomen. Bij het vaststellen van de hoogte en voorwaarden van de premies wordt gebruik gemaakt van de participatieladder. De participatieladder is voor en door gemeenten ontwikkeld om te bepalen waar iemand zicht bevindt met betrekking tot het participeren in de maatschappij of de arbeidsre-integratie. Het principe van de Participatieladder is simpel. Zes treden geven het participatieniveau aan. De onderste vier zijn voor mensen zonder een arbeidscontract. De bovenste twee voor mensen met regulier werk: met ondersteuning (trede 5) of zonder (trede 6). Wie op welke trede thuishoort is overzichtelijk gedefinieerd en valt relatief eenvoudig vast te stellen. De participatieladder onderscheidt zes participatieniveaus (treden): 1. Geïsoleerd 2. Sociale contacten buiten de deur 3. Deelname aan georganiseerde activiteiten 4. Onbetaald werk 5. Betaald werk met ondersteuning 6. Betaald werk zonder ondersteuning De participatieladder wordt als volgt visueel uitgebeeld: Zie Bijlage 1. Algemene voorwaarden premies Premies zijn alleen toegankelijk voor uitkeringsgerechtigden en worden verstrekt wanneer na onderzoek blijkt dat er een maximale inspanning is geleverd die geresulteerd heeft in een doel dat op basis van individualisering is vastgesteld. Trede 6: Betaald werk: Reguliere arbeid in loondienst De uitkeringsgerechtigde die reguliere arbeid in loondienst gaat verrichten, daardoor volledig uit de uitkering of gesubsidieerde arbeid stroomt, heeft recht op een premie van € 600 zodra de arbeid 6 maanden onafgebroken is verricht. Als de uitkeringsgerechtigde na een onafgebroken periode van 6 maanden, volgend op de eerste periode van 6 maanden, nog steeds arbeid in reguliere loondienst verricht, bestaat recht op een premie van € 600. Reguliere arbeid in loondienst in deeltijd De uitkeringsgerechtigde die reguliere arbeid in loondienst gaat verrichten maar niet volledig uitstroomt heeft geen recht op een premie wegens het aanvaarden van betaalde arbeid, maar heeft gedurende de duur van 6 maanden recht op de vrijlating van inkomsten als bedoeld in artikel 31, onder o van de wet. Het uitgangspunt is dat vrijlating altijd bijdraagt aan arbeidsinschakeling. Trede 5: Betaald werk met ondersteuning: Loonkostensubsidie De uitkeringsgerechtigde die werk met loonkostensubsidie gaat verrichten heeft recht op een eenmalige premie van € 300. Opstapbaan De uitkeringsgerechtigde die een opstapbaan aanvaard heeft recht op een eenmalige premie van € 300, behalve in het geval de uitkeringsgerechtigde van de werkgever al een premie of onkostenvergoeding ontvangt. Deze premie kan worden vrijgelaten tot het maximumbedrag als genoemd in artikel 31, onder k, van de wet. Trede 4: Onbetaald werk: Premie participatiebanen vanaf 12 uur per week Het college verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde die een participatiebaan heeft als bedoeld in artikel 10a, van de wet of artikel 38a IOAW/Z, na iedere zes maanden een premie van telkens € 300 indien de uitkeringsgerechtigde naar het oordeel van het college in die zes maanden voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces. Trede 4: Onbetaald werk: Vrijwilligerswerk van 0 – 12 uur per week De uitkeringsgerechtigde die in het kader van een traject gericht op arbeidsre-integratie dan wel sociale activering, met toestemming van het college vrijwilligerswerk verricht, heeft recht op een eenmalige premie van € 300. De premie wordt achteraf uitbetaald, behalve in het geval de uitekeringsgerechtigde van de werkgever al een premie of onkostenvergoeding ontvangt. Deze premie kan worden vrijgelaten tot het maximumbedrag als genoemd in artikel 31, onder k, van de wet. Trede 3: Deelname aan georganiseerde activiteit: Scholingspremie alleenstaande ouders die op grond van artikel 9a, van de WWB, artikel 38 van de IOAW of artikel 38 van de IOAZ, zijn ontheven van de arbeidsinschakeling De uitkeringsgerechtigde die op grond van artikel 9a, van de WWB, artikel 38 van de IOAW of artikel 38 van de IOAZ, is ontheven van de arbeidsplicht en een opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert met succes afrondt, heeft recht op een eenmalige premie van € 300. Cumulatie van premies Cumulatie van premies en/of loonkostenvergoedingen van de werkgever in het geval van vrijwilligerswerk, is niet wenselijk aangezien slechts een van beiden belastingvrij is. Het ontvangen van meerdere premies en/of onkostenvergoedingen heeft negatieve gevolgen voor de huurtoeslag en andere inkomensafhankelijke regeling en leidt tot een naheffing van de belastingdienst. Jaarlijks bestaat er recht op maximaal een vorm van premie of onkostenvergoeding, uitgezonderd de premie participatiebanen welke eenmaal per 6 maanden wordt verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel