Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Bevoegde personen bij mandaatverlening

Onderdeel van Algemeen Mandaat-, Volmacht- en Machtigingsbesluit 2009

Indien het mandaat, volmacht of machtiging aan een bepaalde functionaris wordt opgedragen wordt daarmee het mandaat, volmacht of machtiging eveneens opgedragen te zijn geacht aan de hogere functionarissen. De in het eerste lid genoemde functionarissen maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein. Indien een bevoegdheid aan een externe functionaris wordt gemandateerd wordt daarmee het mandaat eveneens opgedragen te zijn geacht aan het afdelingshoofd van de functionele afdeling binnen de gemeentelijke organisatie. Indien in de mandatenlijst behorende bij dit besluit wordt gesproken over directeuren (dir) worden hieronder verstaan: de algemeen directeur; de directeuren in algemene dienst. Toelichting artikel 2 In lid 1 respectievelijk lid 3 wordt geregeld dat bij afwezigheid van gemandateerde functionarissen de hogere functionarissen respectievelijk de verantwoordelijke gemeentelijke functionaris in ieder geval ook bevoegd zijn de betreffende besluiten af te doen. Hierbij wordt de volgende rangorde gehanteerd: college/burgemeester-algemeen directeur-directeuren in algemene dienst-afdelingshoofd-teamleider-senior-medewerker. Uit lid 2 blijkt dat een verleend mandaat, volmacht of machtiging altijd is beperkt tot het werkterrein van de betreffende functionaris. In lid 4 wordt uitleg gegeven aan de definitie van ‘’directeur’’ binnen dit besluit en bijbehorende mandatenlijst. Voor de directeuren is een portefeuilleverdeling vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel