**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig
de aangifte betaald worden bij de aanvang van het parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting
overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het
einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren
in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via
een telefoon inloggen op de centrale computer.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet worden betaald
binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.
**4..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Afdeling II
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2013