Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 3:

Nadere bepalingen omtrent toelating en subsidiëring

Onderdeel van Deelverordening amateurkunst subsidies 2007-2008

1.. Niet voor subsidiëring in het kader van de deelverordening komen in aanmerking: kerkkoren, onder studentenorganisaties vallende instellingen en instellingen waarvan de financiële ondersteuning behoort tot de zorg van overheden, waaronder de gemeente Leiden, de Universiteit Leiden en/of van het bedrijfsleven. 2.. De in de hoofdstukken II, III en IV genoemde werkvormen en richtbedragen worden elke twee of drie jaar geëvalueerd en, na overleg met de WAK, in al dan niet aangepaste vorm, opnieuw voor een periode van twee of drie jaar vastgesteld. 3.. Op grond van de jaarlijkse subsidie-afrekeningen en –aanvragen van de toegelaten instellingen zal jaarlijks worden beoordeeld of deze instellingen hebben voldaan c.q. voldoen aan de bepalingen van deze Deelverordening. Deze beoordeling vindt plaats door de Dienst Cultuur en Educatie en wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de WAK, vergezeld van een overzicht van verstrekte instandhoudings- en uitvoeringssubsidies en de egalisatiereserve. 4.. Wanneer de gemeente aanleiding ziet om op grond van het niet of onvoldoende nakomen van de bepalingen uit deze deelverordening het subsidie voor een bepaalde instellingen te beëindigen of te verminderen, zal alvorens daartoe te besluiten, de WAK worden gehoord. 5.. Instellingen die tot de deelverordening zijn toegelaten hebben recht op instandhoudingssubsidie (incl. jeugdledensubsidie) en uitvoeringssubsidie (incl. huurkostensubsidie) zoals omschreven in deze deelverordening.

Rechtspraak bij dit artikel