Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Criteria plaatsen van tijdelijke bouwobjecten

Onderdeel van Nadere regels plaatsing tijdelijke bouwobjecten op openbare plaatsen

1.. Het is toegestaan tijdelijk maximaal 4 bouwobjecten te plaatsen indien wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: Het bouwobject brengt door de omvang of vormgeving, constructie, plaats van bevestiging of het beoogde gebruik geen schade toe aan openbare plaatsen. Het bouwobject of het beoogde gebruik daarvan levert geen gevaar op voor de bruikbaarheid en het doelmatig en veilig gebruik van de openbare plaats en vormt geen belemmering voor het doelmatig beheer en onderhoud van openbare plaatsen. Het bouwobject of het beoogde gebruik daarvan levert geen overlast op voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken. Het bouwobject of het beoogde gebruik daarvan levert geen risico op voor de openbare orde en veiligheid. De duur van de ingebruikname van een openbare plaats bedraagt aaneensluitend niet langer dan 4 weken. Op een voetpad is een vrije doorgang van ten minste 1,5 meter breed, in een zoveel mogelijk rechtdoorgaande lijn, gewaarborgd voor voetgangers en mensen met een fysieke beperking, zoals bijvoorbeeld rolstoel- en rollatorgebruikers. Er is altijd een vrije en onbelemmerde doorgang in een rechtdoorgaande lijn van minimaal 4 meter breed aanwezig ten behoeve van hulpdiensten. Brandkranen, bluswaterwinplaatsen, nutsvoorzieningen en nooduitgangen moeten worden vrijgehouden, en wel zodanig dat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt. Het bouwobject of het beoogde gebruik daarvan levert geen hinder, overlast of gevaar op voor het milieu. 2.. Bouwobjecten mogen niet worden geplaatst of geplaatst worden gehouden, indien deze een belemmering vormen voor aan, onder, op of boven openbare plaatsen te verrichten (onderhouds)werkzaamheden, evenementen, markten, kermissen, andere festiviteiten en/of gebeurtenissen van algemeen belang.

Rechtspraak bij dit artikel