De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft in
ieder geval niet te worden verleend, indien:
de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied
waarvoor een bestemmingsplan geldt;
de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de
daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden
tot strijd met het bestemmingsplan of de Woningwet;
het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of
herinrichting;
het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot
ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen van
openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffend
voorzien in watervoorziening, openbare verlichting, riolering en
andere voorzieningen van openbaar nut;
exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van
aanleg van voorzieningen van openbaar nut;
exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet
wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging, dan
wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 9.
Weigeringsgronden voor een exploitatie-overeenkomst
Onderdeel van Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden