Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.5

Artikel 8.5.2

Omgevingsvergunning - activiteit bouwen

Onderdeel van Nota archeologiebeleid

Lid 1 De aanvrager van een Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de Woningwet die betrekking heeft op gronden, die op de verbeelding zijn aangewezen als Waarde – archeologie 4 (gebied of terrein met middelhoge archeologische verwachting), legt een KNA conform archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. Lid 2 Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het KNA conform archeologisch onderzoeksrapport als bedoeld in het eerste lid genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de Omgevingsvergunning te verbinden regels. Lid 3 In de situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kunnen burgemeester en wethouders de volgende regels aan de Omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Lid 4 Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden maximaal 50 cm onder maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. Lid 5 Indien het derde lid, onderdeel c van toepassing is, wordt in de regels geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel