Algemene beginselen Europees aanbestedingsrecht en behoorlijk bestuur
Alle inkopen en aanbestedingen van de gemeente dienen te gebeuren volgens de basisbeginselen van de Europese wet- en regelgeving. Deze basisbeginselen zijn:
Gelijke behandeling en non-discriminatie: De gemeente behandelt aanbieders op gelijke wijze.
Transparantie: Het handelen van de gemeente moet navolgbaar zijn.
Objectiviteit: De gemeente mag geen voorkeur hebben.
Proportionaliteit: De last moet in verhouding zijn tot de/het gevraagde dienst/levering/werk.
Wederzijdse erkenning: Het erkennen van elkaars normen en wet- en regelgeving.
De gemeente neemt daarnaast bij haar inkopen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht, zoals het gelijkheidsbeginsel, motiveringsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel.
Aanbestedingswet
De Aanbestedingswet is een wettelijk kader dat per 1 april 2013 in werking is getreden. Dit wettelijk kader implementeert o.a. de Aanbestedingsrichtlijnen (2004/18/EG en 2004/17/EG) en de Rechtsbeschermingrichtlijn (2007/66/EG). Deze wet biedt een kader voor overheidsopdrachten boven en onder de Europese drempelwaarden en de rechtsbescherming bij (Europese) aanbestedingen.
Overige relevante wetgeving
Naast deze specifiek op aanbesteding gerichte wet- en regelgeving zijn nog andere wetten relevant voor lokale overheden in hun rol als inkoper:
De Gemeentewet als wettelijk kader voor het handelen van gemeenten.
Het EU-verdrag en het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie: de overheidsinstellingen uit de lidstaten van de Europese Gemeenschap zijn voor wat betreft al hun handelen en nalaten, dus ook bij het inkopen en aanbesteden, onderworpen aan de verdragsbepalingen van de Verdragen.
Het Burgerlijk Wetboek (BW) ten aanzien van het verbintenissenrecht (contractenrecht).