Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:1. MedewerkerDe ambtenaar in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR-UWO.2. Volledige betrekkingEen betrekking als bedoeld in artikel 1:1 lid 1 sub k van de CAR-UWO.3. Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP)Een door de direct leidinggevende en de medewerker vastgelegd en ondertekend geheelaan jaarlijkse afspraken over de te ondernemen activiteiten van beide partijen in het kadervan de ontwikkeling van de medewerker.4. OpleidingsplanEen plan dat door het college wordt vastgesteld of bekrachtigd, waarin de prioriteiten tenaanzien van door het personeel te volgen opleidingen zijn vastgelegd.5. OpleidingsbudgetHet bedrag dat jaarlijks door het college beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van deopleidingsplannen.6. OpleidingsbehoefteOpleidingen die voortkomen uit de behoefte die medewerkers hebben om hun kennis envaardigheden verder te ontwikkelen, dan wel een nieuw loopbaanpad in te slaan.7. OpleidingsnoodzaakOpleidingen die nodig zijn om medewerkers aan de (veranderende) eisen vanuit deomgeving, en daarmee aan de (veranderde) behoeften van de organisatie, te laten voldoen.8. StudiemateriaalVerplicht en niet verplicht voorgeschreven boeken en syllabi, schrijfbenodigdheden enduurzame gebruiksartikelen.9. StudiekostenCursus– en lesgelden, evenals examen- en diplomagelden.10. OpleidingsfaciliteitenHet geheel van de door de werkgever vergoede kosten alsmede extra toegekende(studie)verlofuren ten behoeve van een opleiding.