1.Het college trekt een vastestandplaatsvergunning in:
op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;
bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van
artikel 16 de vergunning wordt overgeschreven.
Het college kan een vaste standplaatsvergunning al dan niet
voorwaardelijk intrekken dan wel voor ten hoogste 4 achtereenvolgende
marktdagen schorsen indien de vergunninghouder of een persoon die hem
bijstaat:
ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens
heeft verstrekt;
niet meer voldoet aan de in artikel 8 genoemde vereisten;
het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
voorschriften van de vergunning overtreedt;
zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.
indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 16 is
overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste
standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning
ingetrokken.
indien de vergunninghouder wegens ziekte gedurende twee jaar
zijn standplaats niet heeft kunnen innemen.
indien de vergunninghouder minder dan tien maal per kwartaal
zijn standplaats heeft ingenomen.
indien de vergunninghouder blijft volharden in het overtreden
van de vergunningvoorschriften en/of het bepaalde in de
“Marktverordening Horst aan de Maas 2009” en de
uitvoeringsbepalingen.
indien de in artikel 22 derde lid genoemde geneeskundige
verklaring niet binnen de gestelde termijn aan het college wordt
verstrekt.
Hoofdstuk 2
Artikel 17
Intrekking vastestandplaatsvergunning
Onderdeel van Marktverordening Horst aan de Maas