Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening kinderopvang gemeente Hellendoorn 2010

1.. Het college weigert de tegemoetkoming indien: de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 1.22 van de wet de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c. 2.. Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie vast te stellen indien de ouder reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; 3.. Het college verstrekt geen tegemoetkoming indien er sprake is van een voorliggende voorziening. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend: a. de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; de Algemene wet bijzondere ziektekosten; Jeugdzorg; Persoonsgebonden budget; Medisch kinderdagverblijf. 4.. Een belanghebbende heeft geen aanspraak op een tegemoetkoming als gevolg van een sociaal medische indicatie indien: het netto-inkomen meer bedraagt dan 115% van de norm voor algemene kosten van bestaan als bedoeld in de artikelen 20 tot en met 29 van de Wet werk en bijstand; of hij een partner heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel