Naar hoofdinhoud

Artikel 20

(schadevrij-rijden)

Onderdeel van Bezoldigingsverordening Oss 1994

Aan de ambtenaar, die bezoldigd wordt in de schalen 1 tot en met 4 van bijlage II danwel bijlage IIa behorende bij de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) Oss en die werkzaam is als bestuurder van een dienstauto, wordt een tijdelijke toelage toegekend als premie voor schadevrij rijden, wanneer aan of met de auto geen schade is toegebracht, welke naar het oordeel van het hoofd van dienst geheel of gedeeltelijk aan de schuld van de bestuurder kan worden geweten. De toelage bedraagt € 0,05 per uur en maximaal € 45,40 per kalenderhalfjaar of een evenredig deel hiervan, naar gelang de ambtenaar een geheel kalenderhalfjaar of een gedeelte hiervan als bestuurder van een dienstauto werkzaam is geweest. Jaarlijks zal door de leiding een overzicht worden verstrekt aan de afdeling P&O van schadegevallen met dienstauto's en de betrokken bestuurders. Vermindering toelagen Artikel 21 Aan de ambtenaar wiens bezoldiging vermindert als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of voor meer dan 25% verminderen van een der toelagen ingevolge de artikelen 15, 17 of 19 van deze verordening, wordt een aflopende dan wel een blijvende toelage toegekend op voet van de volgende leden. a. Aan de ambtenaar, die een toelage ex artikel 15, 17 of 19 van deze verordening, zonder wezenlijke onderbreking, gedurende een periode van 3 jaar heeft genoten, wordt met ingang van de eerste maand van de beëindiging, c.q. de blijvende vermindering, een aflopende toelage toegekend. De duur van de aflopende toelage is gelijk aan 1/3 gedeelte van de tijd, gedurende welke de betreffende toelage werd genoten, afgerond op een hele maand naar boven. De aflopende toelage bedraagt gedurende 1/3 van de onder b bedoelde duur 75% van het vervallen gedeelte van de toelage; daarna gedurende 1/3 van de onder b bedoelde duur 50% van het vervallen gedeelte van de toelage; daarna gedurende 1/3 van de onder b bedoelde duur 25% van het vervallen gedeelte van de toelage. Toepassing van artikel 3:1:2 van het Ambtenarenreglement (AR) Oss heeft geen invloed op het bepaalde in lid 2 van dit artikel. Aan de ambtenaar die de leeftijd van 60 jaren heeft bereikt en een toelage ex artikel 15, 17 of 19 van deze verordening gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten, wordt een blijvende toelage toegekend ter grootte van vermeldde toelage. Aan de ambtenaar, die de leeftijd van 50 jaren heeft bereikt en nog geen 60 jaren oud is, en een toelage ex artikel 15, 17 of 19 van deze verordening gedurende ten minste 25 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten, wordt een blijvende toelage toegekend ter grootte van vermeldde toelage; Aan de ambtenaar die op grond van lid 2 van dit artikel een aflopende toelage geniet, wordt bij het bereiken van de 50 c.q. 60 jarige leeftijd een blijvende toelage toegekend ter grootte van het alsdan resterende gedeelte van de aflopende toelage, indien hij de toelage ingevolge de artikelen 15, 17 of 19 van deze verordening voor het bereiken van genoemde leeftijden 25 c.q. 10 jaar zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. In dit artikel wordt verstaan onder "wezenlijke onderbreking" een onderbreking van langer dan twee maanden. Van onderbreking in de zin van deze verordening is geen sprake, als deze voortvloeit uit het in opdracht van het college vervangen in een andere functie. Indien de toelage ex artikel 15, 17 of 19 van deze verordening geen vast bedrag per maand bedroeg, wordt voor de toepassing van dit artikel als berekeningsbasis genomen een gemiddelde van hetgeen aan zodanige toelage werd genoten in de 12 maanden voorafgaande aan de vermindering c.q. beëindiging van die toelage. a. Indien voor de toepassing van dit artikel geen termen meer aanwezig zijn ten gevolge van het vervallen van de 25% norm als bedoeld in lid 1 van dit artikel, wordt alsdan het recht dat aan dit artikel wordt ontleend opgeschort, tenzij gedurende de opschorting opnieuw termen zijn ontstaan voor toepassing van lid 1. Bij verhoging c.q. verlaging anders dan wegens algemene salarismaatregelen van de toelage ex artikel 15, 17 of 19 van deze verordening zodanig, dat betrokkene in aanmerking blijft komen voor een aflopende toelage, wordt deze aflopende toelage vanaf het ontstaan van de verhoging c.q. verlaging berekend van het alsdan optredende verschil in vergelijking met de toestand zoals deze was op het moment dat dit recht ingevolge lid 2 van dit artikel ontstond. Bijzondere beloningen Artikel 22 1.Aan de dienstdirecteuren wordt jaarlijks een budget toegekend voor extra beloningen. Op basis van opgemaakte beoordelingen kan de directeur voor structurele verhoging van het prestatieniveau, uitgaande boven hetgeen normaal in die functie van de ambtenaar mag worden verwacht, danwel gedurende een bepaalde periode een buitengewone inspanning en prestatie te hebben geleverd, respectievelijk een extra periodiek danwel een gratificatie uit dit budget toekennen. Voor andere "kleinere" maar waardevolle (groeps-) prestaties bestaat tevens de mogelijkheid tot andere vormen van extra beloningen in de vorm van attenties. Een extra periodiek kan aan een ambtenaar niet vaker dan tweemaal in een en dezelfde schaal worden toegekend en vindt nimmer in twee achtereenvolgende jaren plaats. Gratificaties kunnen aan een ambtenaar worden toegekend tot een maximum netto bedrag van € 750,- De hoogte van het in lid 1 genoemde budget alsmede de doorberekeningsnormen naar dit budget van de diverse extra beloningen zullen jaarlijks door het college worden vastgesteld. Bijzondere Onkostenvergoeding Artikel 23 Het college is bevoegd in bijzondere gevallen onkostenvergoedingen toe te kennen. Bijzonderheden Artikel 24 Voorstellen van de directeur aan het college aangaande bevorderingen en periodieken van ambtenaren dienen te zijn onderbouwd met een beoordeling. Artikel 25 Medewerkers die een functie vervullen waarvan de functieschaal nog niet is vastgesteld, verkrijgen een salariëring afgeleid van een voorlopige functiewaardering. De ambtenaar zal zo spoedig mogelijk daarna in een functie(reeks) worden geplaatst. Aanspraken bij ziekte Artikel 26 Een verhindering wegens ziekte als bedoeld in hoofdstuk 7 van de CAR/AR zal niet van invloed zijn op het tijdstip van toekenning van periodieke salarisverhogingen. Voor de toepassing van het bepaalde in hoofdstuk 7 van de CAR/AR worden de vergoeding bedoeld in artikel 3:3, de overgangstoelage onregelmatige dienst, alsmede de prestatiebeloning en de toeslag inconveniënten slechts geacht te behoren tot de bezoldiging tot een bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de drie kalendermaanden of in de dertien kalenderweken, voorafgaande aan de datum waarop de verhindering tot het vervullen van de betrekking is ontstaan, gemiddeld per maand of per week is toegekend aan die vergoeding of die beloning, al naar gelang de bezoldiging van de ambtenaar per maand of per week wordt uitbetaald. Voor zover de ambtenaar op even bedoelde datum minder dan drie kalendermaanden of dertien kalenderweken zijn betrekking heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand of per week is toegekend over het tijdvak waarin hij vóór het ontstaan van de verhindering in dienst is geweest. Artikel 27 Voor gevallen waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid voorziet, treft het college een bijzondere regeling. Overgangsbepaling Artikel 28 De overgangsbepaling van artikel 28 bezoldigingsbesluit Oss 1969 blijft van kracht. Personeelsleden die op 31 december 1993 een dienstverband hadden bij de voormalige gemeenten Berghem, Megen c.a. of Oss zal artikel 7 van de Sociale Leidraad gemeentelijke herindeling 1993 Berghem, Megen c.a. en Oss worden gehanteerd als overgangsbepaling bij het vervallen of verminderen van toelagen. Artikel 29 Deze verordening kan worden aangehaald als "Bezoldigingsverordening Oss 1994" en treedt in werking met ingang van 1 april 1994. 13 april 2004 heeft het college, onder toepassing van artikel 27 van de Bezoldigingsverordening, ingestemd met: 1. het inpassen van uitzendkrachten volgens de Bezoldigingsverordening Oss; 2. het inpassen van medewerkers in het kader van het Instapplan Allochtonen en vakantiekrachten volgens het dan geldende minimum(jeugd)loon;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel