Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Spaarloonregeling Oss

Opname Een deelnemer mag over een spaarloonbedrag beschikken: a. nadat dit sedert de storting 48 maanden ononderbroken op die rekening heeft gestaan; Bij het einde van de dienstbetrekking tussen de werkgever en de deelnemer; indien het spaarloon door de werknemer of zijn erfgename is opgenomen bij beëindiging van de dienstbetrekking van de werknemer, daaronder begrepen het overlijden van de werknemer, wordt voor de toepassing van de Wet op de loonbelasting 1964 en coördinatiewet Sociale Verzekering voor elke volle maand gedurende welke het spaarloon binnen een termijn van vier jaren is opgenomen een evenredig deel van het spaarloon aangemerkt als loon verstrekt door de werkgever, niet zijnde spaarloon. bij deblokkering. Indien de opgenomen gelden worden besteed ten behoeve van een of meer van de wettelijk fiscaal toegestane bestedingsdoeleinden. In de gevallen waarin door de deelnemer of zijn rechtverkrijgenden op grond van het in lid 1 sub b en c van dit artikel bepaalde over het spaarloon wordt beschikt, dient ten genoegen van de instelling bewijs te worden geleverd van de van belang zijnde feiten. De deelnemer heeft, met inachtneming van de op dit punt bij de instelling gebruikelijk voorwaarden, de vrije beschikking over de opbrengst van zijn spaarloon. Spaarloon waarover door een werknemer in strijd met de spaarloonregeling wordt beschikt, waaronder begrepen beschikking als gevolg van verhaalsuitoefening door derden, het faillissement dan wel wettelijke schuldsanering, wordt aangemerkt als loon, niet zijnde spaarloon. Indien een bedrag van de spaarrekening wordt opgenomen geschiedt dit ten laste van het spaarbedrag dat het laatste is bijgeschreven; is dit niet toereikend, dan van het voorlaatste en zo vervolgens.

Rechtspraak bij dit artikel