**1..** Hij die ophoudt wethouder te zijn heeft, tenzij hij zonder onderbreking weer als zodanig optreedt, met ingang van de dag van aftreding, voorzover hij alsdan niet de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, recht op een uitkering op de voet van de volgende artikelen.
**2..** De raad kan beslissen dat geen uitkering wordt toegekend aan een gewezen wethouder:
die zich in vreemde krijgsdienst of in vreemde overheidsdienst heeft begeven en naar zijn oordeel zich daardoor uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd onwaardig heeft gedragen;
die wegens enig strafbaar feit is veroordeelt waaruit naar zijn oordeel blijkt dat hij zich uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd onwaardig heeft gedragen;
die overeenkomstig artikel W9 van de kieswet van het lidmaatschap van de raad vervallen is verklaard;
wiens ontslag voortvloeit uit het feit dat hij zich aan kennelijk wangedrag of grove verwaarlozing van zijn taak heeft schuldig gemaakt. Onder grove verwaarlozing van zijn taak wordt begrepen het zonder genoegzame grond weigeren de in artikel 129 van de gemeentewet bedoelde inlichtingen aan de raad te verstrekken.
Afdeling I
Artikel 1
Het recht op uitkering
Onderdeel van Uitkering- en pensioenverordening gewezen wethouders Oss