De bepalingen van deze paragraaf blijven buiten toepassing ten aanzien van degenen die op grond van gemoedsbezwaren hun recht op algemeen pensioen niet geldend maken, met dien verstande dat zij zoveel mogelijk overeenkomstig toepassing vinden met betrekking tot diegenen van evenbedoelden, die recht hebben op uitkering als bedoeld in artikel 48 van de Algemene Ouderdomswet.
HOOFDSTUK V › Paragraaf 2
Artikel 55
Gemoedsbezwaren
Onderdeel van Uitkering- en pensioenverordening gewezen wethouders Oss