Binnen twee weken na ontvangst van het advies van de advies- en arbitragecommissie wordt de werknemersvertegenwoordiging door burgemeester en wethouders schriftelijk in kennis gesteld van hun uiteindelijke besluit.
Artikel 12:3:35
De gemeenteraad brengt geen wijziging in de hem door burgemeester en wethouders voorgelegde ontwerp-besluiten betreffende onderwerpen van medezeggenschap waarover in de G.O.-vergadering overeenstemming bestaat, dan nadat de werknemersvertegenwoordiging over de voorgestelde wijziging in het ontwerp-besluit haar oordeel heeft kenbaar gemaakt.
C.Recht van instemming
Artikel 12:3:36
Burgemeester en wethouders behoeven de instemming van de werknemersvertegenwoordiging van elk door hen voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van de geschreven rechtstoestandregeling of algemeen verbindende voorschriften waaraan voor individuele personeelsleden van de gemeente Oss rechten en plichten zijn verbonden.
De werknemersvertegenwoordiging draagt het instemmingsrecht, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, volledig over aan de ondernemingsraad.
Op grond van het bepaalde in artikel 27, lid 3 van de WOR behoudt de werknemersvertegenwoordiging de bevoegdheid om het in lid 1 van dit artikel gestelde instemmingsrecht aan zichzelf voor te behouden, in tegenstelling tot het in lid 2 van dit artikel gestelde. Het bepaalde in de artikelen 12:3:37 tot en met 12:3:43 zijn dan overeenkomstig van toepassing.
De werknemersvertegenwoordiging kan uitsluitend het recht van instemming aan zichzelf voorbehouden, indien zij uiterlijk zeven dagen na het ontvangen van een afschrift van het voorgenomen besluit, de ondernemingsraad en het bestuur hiervan schriftelijk in kennis stelt.
Artikel 12:3:37
Het in het voorgaande artikel, lid 1 bepaalde geldt niet ten aanzien van die zaken waarover landelijk in het college van Arbeidszaken overeenstemming is bereikt.
Artikel 12:3:38
Wordt een besluit voorgenomen over een onderwerp, genoemd in artikel 12:36 overeenkomstig de uitkomsten van het GO-overleg, gevoerd in het College van Arbeidszaken, dan doen burgemeester en wethouders daarvan schriftelijk mededeling aan de werknemersvertegenwoordiging; wordt overwogen ondanks de uitkomst van het overleg in het College van Arbeidszaken geen of een afwijkende regeling te treffen, dan vindt terzake alsnog overleg plaats in de G.O.-vergadering.
Artikel 12:3:39
Indien de werknemersvertegenwoordiging of burgemeester en wethouders, gehoord de raadscommissie, tot het oordeel komt dat overleg niet zal leiden tot de vereiste instemming, brengen zij dat oordeel, binnen zes dagen nadat zij daarvan in een G.O.-vergadering blijk hebben gegeven, schriftelijk ter kennis van de commissie G.O.
Artikel 12:3:40
Binnen tien werkdagen na de kennisgeving in het vorige artikel schrijft de voorzitter een G.O.-vergadering uit. De vergadering moet worden gehouden binnen zeven werkdagen nadat deze is uitgeschreven;
tenzij de overlegpartners besluiten het overleg voort te zetten danwel te beëindigen, wordt in de vergadering nagegaan of overeenstemming bestaat over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is en wordt over het geschil advies ingewonnen bij de advies- en arbitragecommissie;
tot het inwinnen van advies zijn zowel een meerderheid van alle toegelaten organisaties als burgemeester en wethouders bevoegd;
Voor onderwerpen van het geschil aan arbitrage is overeenstemming vereist tussen de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de toegelaten organisaties.
Artikel 12:3:41
Binnen twee weken na ontvangst van het advies overleggen de werknemersvertegenwoordiging en burgemeester en wethouders opnieuw over het voorgenomen besluit.
Artikel 12:3:42
Indien ook na het hernieuwde overleg geen overeenstemming ontstaat, kan, indien daarover tussen de overlegpartners overeenstemming bestaat, het geschil worden onderworpen aan een arbitrale uitspraak van de advies- en arbitragecommissie. Burgemeester en wethouders behoeven daartoe de instemming van de gemeenteraad.
Artikel 12:3:43
Een arbitrale uitspraak van de advies- en arbitragecommissie heeft bindende kracht.
Informatieplicht
Artikel 12:3:44
Het college van burgemeester en wethouders verplicht zich de werknemersvertegenwoordiging gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen en gegevens te verstrekken die zij voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft.
De in het eerste lid bedoelde informatie wordt op een zodanige tijdstip aan de werknemersvertegenwoordiging verstrekt, dat diens standpunt van wezenlijke betekenis kan zijn voor het te nemen besluit.
De in het eerste lid bedoelde informatie wordt verstrekt met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet openbaarheid van bestuur.
Faciliteiten
Artikel 12:3:45
De werknemersvertegenwoordiging vergadert zoveel mogelijk tijdens de normale werktijd;
De ambtenaar die lid is van de werknemersvertegenwoordiging, heeft voor het bijwonen van vergaderingen, bedoeld in het eerste lid, aanspraak op verlof met behoud van bezoldiging, tenzij het dienstbelang om zwaarwegende redenen zich tegen het verlenen van dit verlof verzet;
Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid, wordt aan de ambtenaar die deelneemt aan de werknemersvertegenwoordiging verlof met behoud van bezoldiging verleend voor zijn werkzaamheden als lid van de werknemersvertegenwoordiging;
De totale duur van het verlof, bedoeld in lid b en c wordt jaarlijks door burgemeester en wethouders vastgesteld.
Artikel 12:3:46
De werknemersvertegenwoordiging kan uit zijn midden een of meer commissies instellen ter behandeling van onderwerpen van medezeggenschap die tot het taakgebied van de werknemersvertegenwoordiging behoren.
Artikel 12:3:47
De werknemersvertegenwoordiging en de commissies van dat orgaan kunnen zich in hun werkzaamheden doen bijstaan door deskundigen.
Artikel 12:3:48
De werknemersvertegenwoordiging kan buiten de gebruikelijke werkuren hoorzittingen houden voor het personeel van de gemeente dat zij vertegenwoordigt.
Rechtsbescherming
Artikel 12:3:49
Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat ambtenaren die kandidaat staan of gestaan hebben voor de werknemersvertegenwoordiging, dan wel daar lid van zijn of geweest zijn, uit hoofde van hun kandidaatstelling of lidmaatschap niet in hun positie als ambtenaar worden bena-
deeld.
Status plaatsvervangende leden
Artikel 12:3:50
Een plaatsvervangend lid van de werknemersvertegenwoordiging treedt slechts in de plaats van het desbetreffende lid, indien het lid is verhinderd, de aan zijn lidmaatschap verbonden werkzaamheden te vervullen.
Artikel 12:3:51
Bij vervanging als bedoeld in artikel 12:3:50, wordt het plaatsvervangende lid geacht lid van de werknemersvertegenwoordiging te zijn.
Artikel 12:3:52
Het door de plaatsvervanger uit hoofde van de toepassing van het bepaalde in het artikel 12:3:50 genoten faciliteiten worden geacht door het lid te zijn genoten.
13 OVERGANGS- EN SLOTBEPALING CAR
Artikel 13:1
1 Deze regeling treedt in werking per 1 april 1995.
2 Met ingang van de datum waarop deze regeling in werking treedt, vervallen de bepalingen van het geldende algemeen ambtenarenreglement dan wel van die verordeningen, die tekstueel dan wel materieel gelijkluidend zijn aan de bepalingen van deze regeling.
3 Indien de inwerkingtreding van deze regeling ertoe leidt dat bepalingen uit het geldende algemeen ambtenarenreglement vervallen, waardoor aanspraken van individuele ambtenaren in neerwaartse of opwaartse zin worden bijgesteld, vindt overleg plaats over de gevolgen daarvan.
4 In afwijking van het gestelde in het eerste en tweede lid hebben de artikelen 10:1, 10:6, 10:15, eerste en tweede lid, 10:19, 10:23, tweede lid, 11:1, 11:6, zevende en achtste lid, 11:13, eerste en tweede lid, 11:23, 11:24 en artikel 11:27, tweede lid, terugwerkende kracht tot en met 1 augustus 1993.
Artikel 13:2
Ten aanzien van degene die per 31 december 1996 geen volledige betrekking bekleedt, geldt dat de omvang van deze betrekking per 1 januari 1997 naar rato is teruggebracht, tenzij betrokkene heeft verzocht om handhaving van het aantal uren van de betrekking per 31 december 1996 en dit verzoek niet is afgewezen.
Artikel 13:3
Ten aanzien van de toegekende FLO-uitkeringen, wachtgelden, en uitkeringen ingevolge hoofdstuk 11 die voortduren tot na 1 januari 1997 geldt dat de artikelen 9:2, tweede lid, 10:5, eerste lid, en 11:5, eerste lid, terugwerkende kracht hebben tot en met 1 januari 1997.
Hoofdstuk
Artikel 12:3:34
Artikel 12:3:34
Onderdeel van Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en Ambtenarenreglement (AR)