Indien de gewezen ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van
artikel 9b:52 lid 1 onder a, bij het bereiken van de leeftijd van 62 jaar gebruik maakt van
de mogelijkheid die artikel 16.3 van het pensioenreglement biedt tot vrijwillige
voortzetting van de pensioenopbouw, worden de kosten van deze vrijwillig voortzetting
gedragen door de gemeente voor zover het pensioenopbouw voor de helft betreft, met
dien verstande dat per 1 januari 2007 30% van het bedrag van de premie dat door de
werkgever afgedragen zou moeten worden, indien de gewezen ambtenaar nog
verplicht pensioen zou opbouwen, voor rekening blijft van de gewezen ambtenaar. De
kosten van een vrijwillige aanvullende deelname waardoor de pensioenopbouw voor
meer dan de helft plaats vindt, komen ten allen tijde volledig ten laste van de gewezen
ambtenaar.
De werkgever stelt de ambtenaar in de drie maanden voor zijn ontslag schriftelijk op de
hoogte van:
de mogelijk om ook na het bereiken van de leeftijd van 62 jaar de
pensioenopbouw voort te zetten op basis van artikel 16.3 van het
pensioenreglement;
het feit dat indien de gewezen ambtenaar van de onder a weergegeven
mogelijkheid gebruik maakt om voor de helft pensioen te blijven opbouwen dit
niet leidt tot extra kosten in vergelijking tot de situatie zoals die gold voor de
gewezen ambtenaar voordat hij de leeftijd van 62 jaar bereikte als gevolg van
de toepasselijkheid van artikel 9b:47 lid 1;
de termijn waarbinnen een schriftelijk verzoek van de gewezen ambtenaar om
gebruik te maken van de mogelijkheid die artikel 16.3 van het
pensioenreglement bieden, ingediend moet zijn bij het bestuur van de Stichting
Pensioenfonds ABP;
de mogelijkheid dat de gewezen ambtenaar op zijn verzoek bij de indiening
van de aanvraag wordt ondersteund door de werkgever.
De aanschrijving als bedoeld in lid 2 wordt herhaald in de drie maanden voor het
moment dat de ambtenaar de leeftijd van 62 jaar bereikt.
Verrekening inkomsten na ontslag op grond van artikel 9b:52
Artikel 9b:53
Wanneer de gewezen ambtenaar inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum van ontslag, bedoeld in artikel 9b:52, wordt op uitkering, bedoeld in artikel 9b:52, derde en vierde lid, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en uitkering de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan.
Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk voorafgaande aan de datum, bedoeld in het eerste lid.
Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met het ontslag.
Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.
De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.
De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te overleggen.
Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen bezoldiging toe te passen.
Hoofdstuk 9c Tijdelijke regeling ambtenaren geboren na 1949 die werkzaam zijn in een betrekking bij het gemeentelijk stadsvervoer, waarvoor door het college krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, leeftijdsgrenzen zijn bepaald
Algemeen
Artikel 9c:1
Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar geboren na 1949 die werkzaam is in een betrekking bij het gemeentelijk stadsvervoer, waarvoor door het college krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, leeftijdsgrenzen zijn bepaald.
Artikel 9c:2
Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 9c:1, wordt met ingang van de datum van het ontslag ten laste van de gemeente een maandelijkse uitkering toegekend.
Hoofdstuk
Artikel 9b:52a
Artikel 9b:52a
Onderdeel van Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en Ambtenarenreglement (AR)