1 Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de gewezen ambtenaar heeft de weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner die krachtens het pensioenreglement recht heeft op een nabestaandenpensioen, recht op een bedrag gelijk aan de bezoldiging bedoeld in artikel 9c:3 over een tijdvak van drie maanden. Wordt geen weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner als bedoeld in de vorige volzin nagelaten, dan verkrijgen de minderjarige kinderen van de overledene recht op bedoelde uitkering. Ontbreken ook zodanige kinderen, dan hebben, indien de overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen, broers of zusters, deze betrekkingen recht op bedoelde uitkering.
2 Laat de overledene geen betrekkingen na die krachtens het eerste lid recht hebben op de uitkeringen als in dat lid bedoeld, dan kan dit bedrag door het college geheel of ten dele worden aangewend voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging.
Hoofdstuk 9d Tijdelijke regeling ambtenaren, werkzaam bij de gemeentelijke
beroepsbrandweer en een gemeentelijke ambulancedienst, geboren na 1949 of die
geboren is voor 1950, maar die op 1 april 1997 geen deelnemer was bij het ABP en die op
31 december 2005 en 1 januari 2006 werkzaam waren in een functie, waarvoor door het
college krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, leeftijdsgrenzen zijn
bepaald
Hoofdstuk
Artikel 9c:6:1
Artikel 9c:6:1
Onderdeel van Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en Ambtenarenreglement (AR)