Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de reclamebelasting 2011

1.. De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak. 2.. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op schriftelijk verzoek van belastingplichtige verminderd met het aantal keer het maandtarief als bedoeld in artikel 5, vierde lid, als er in dat jaar na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.. Indien een belastingplichtige in de loop van het belastingtijdvak naar een ander tariefgebied, zoals weergegeven in artikel 5, vierde lid, verhuist en aldaar een andere vestiging in gebruik neemt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met het verschil tussen de respectievelijke maandtarieven van de beide tariefgebieden, gedurende het resterende aantal volle kalendermaanden in het kalenderjaar. 6.. Het derde, vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen hetzelfde tariefgebied verhuist en aldaar een andere vestiging in gebruik neemt. 7.. Het verzoek als bedoeld in het vierde en vijfde lid wordt gedaan binnen zes weken nadat de omstandigheid zich heeft voorgedaan. 8.. Het belastingbedrag als bedoeld in het derde lid, en de verminderingen als bedoeld in het vierde en vijfde lid, worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,05.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel