Naar hoofdinhoud

Afdeling II.

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Parkeerverordening 2012

1. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen. 2.. Deze vergunning kan worden verleend aan de houder van een gehandicaptenvoertuig dan wel een motorvoertuig, niet zijnde een kampeerauto of vrachtwagen, wanneer deze: woont in een gebied waar mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, met dien verstande dat: per woonadres maar één vergunning wordt verleend, en de houder van het gehandicaptenvoertuig dan wel het motorvoertuig geen beschikking heeft over eigen parkeergelegenheid; woont in een gebied waar belanghebbendenparkeerplaatsen aanwezig zijn met dien verstande dat als de bewoner eigen parkeergelegenheid heeft, deze parkeerplaats of parkeerplaatsen in mindering wordt of worden gebracht op het aantal te verstrekken parkeervergunningen; gevestigd is in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang van de hoofdactiviteit van diens bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied in de directe nabijheid van de vestiging een motorvoertuig te parkeren; het motorvoertuig gebruikt voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; een sociaal, maatschappelijke functie uitoefent. 3.. Aanvrager wordt geacht te beschikken over eigen parkeergelegenheid als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder a., sub ii en b., indien de aanvrager woont op een nieuw- of verbouwcomplex dat voldoet aan de parkeernorm, zoals bedoeld in artikel 2.5.30 van de Haarlemsche Bouwverordening, en de aanvrager middels koop of huur beschikt of had kunnen beschikken over parkeergelegenheid gerealiseerd in het kader van het nieuw- of verbouwcomplex. 4.. Met wonen, zoals bedoeld in lid 2, wordt gelijkgesteld het voor bewoning geschikt maken van het woonadres met het oogmerk om vervolgens het woonadres voor zichzelf te gebruiken als permanent woonadres. 5.. Het college kan aan bewoners van het gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn een vergunning afgeven waarmee voor maximaal drie uur in dit gebied geparkeerd kan worden. Per woonadres worden maximaal twee vergunningen verstrekt. Deze vergunning wordt verstrekt aan de bewoner aan wie een vergunning voor de eerste auto, als bedoeld in lid 2 jo. artikel V van het Besluit Parkeerregulering, is afgegeven. Is op een woonadres geen vergunning, als bedoeld in lid 2, afgegeven dan wordt de vergunning, als bedoeld in dit lid, verstrekt aan de bewoner die het langst op dat woonadres verblijft. 6.. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van gehandicaptenvoertuigen dan wel motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden. 7.. Het college kan op verzoek een tijdelijke vergunning verlenen voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen en belanghebbendenplaatsen. Deze tijdelijke vergunning wordt verleend aan: diegene die tijdelijk een beroep of bedrijf uitoefent in de directe omgeving van deze plaatsen en aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is op een parkeerapparatuurplaats of een belanghebbendenplaats een motorvoertuig te parkeren; diegene die tijdelijk beschikt over een ander gehandicaptenvoertuig dan wel motorvoertuig dan dat op welks kenteken een vergunning zoals bedoeld in artikel 3, leden 1, 2 en 3, is verstrekt; diegene die in het huwelijk treedt in een door het college aangewezen trouwlocatie gelegen in een gebied met parkeerapparatuurplaatsen en / of belanghebbendenplaatsen, indien en voorzover in het aanwijzingsbesluit trouwlocatie voorzien is in de mogelijkheid van een tijdelijke vergunning, op de dag van het huwelijk; een uitvaartonderneming voor maximaal drie volgauto’s, op de dag van de begrafenis. 8.. Een tijdelijke vergunning als bedoeld in lid 7 kan niet worden verstrekt indien het betreft een parkeerbelastingplaats binnen zone B, zoals aangewezen in het Besluit parkeerregulering 2009. Uitzondering hierop vormen de tijdelijke vergunning: als bedoeld in lid 7, onder c., indien en voorzover in het aanwijzingsbesluit trouwlocatie van het college is voorzien in de mogelijkheid van een tijdelijke vergunning; als bedoeld in lid 7, onder d. 9.. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning voor autodate kan het college tevens voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel