Als blijkt dat de gebruiker of eigenaar van een houtopstand als gevolg van een, op basis van artikel 3, artikel 10 of artikel 11 van deze Kapverordening genomen besluit, schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel voor zijn rekening behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kan het bevoegd gezag hem, na beoordeling van de situatie en omstandigheden, op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toekennen.