De rechthebbende op een boom, haag, struik of andere beplanting die aan het wegverkeer het vrije uitzicht kan belemmeren of daarvoor op andere wijze hinder of gevaar kan opleveren, is verplicht deze beplanting te snoeien, op te binden, of te verwijderen na aanschrijving door het bevoegd gezag, binnen een door hen vast te stellen termijn en overeenkomstig hun aanwijzingen.