1.Het plaatsen van een verfraaiing op de weg vormt geen overtreding van het verbod als bedoeld in artikel 2.1.5.1, eerste lid, APV indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • - de verfraaiing is direct verplaatsbaar;
  • - de verfraaiing mag uitsluitend voor een bedrijfspand worden geplaatst waarvan degene die de verfraaiing plaatst de rechthebbende is en enkel tijdens de openingstijden van het betreffende bedrijfspand;
  • - de verfraaiing wordt geplaatst op het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg;
  • - indien de verfraaiing op een straat met een verkeersfunctie wordt uitgestald, dient een minimale doorgang van 1,5 meter voor voetgangers te worden vrijgehouden;
  • - op wegen of weggedeelten enkel bestaand uit een trottoir dient te allen tijde een vrije en onbelemmerde doorgang van minimaal 3,5 meter aanwezig te zijn ten behoeve van hulpdiensten;
  • - er dient een minimale doorgang van 1,5 meter voor in- en uitkomende bezoekers van het bedrijfspand te worden vrijgehouden;
  • - de verfraaiing mag tot maximaal 0,75 meter uit de gevel worden geplaatst mits de breedte van de straat dit toestaat en mag niet hoger zijn dan 1,80 meter;
  • - de verfraaiing wordt waar mogelijk op één lijn geplaatst met andere objecten en niet op de geleidelijn voor blinden.
    • - In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder g, mag bij Categorie A de verfraaiing maximaal 40 cm uit de gevel worden geplaatst.
    • - Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op Categorie C.
    • - Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op Categorie A en B op de dagen dat er een grootschalig evenement (zoals Living Statues, Koninginnedag) in het Centrum wordt gehouden. Het college geeft hiervan tijdig kennis.