Tijdelijke standplaatsen worden met inachtneming van artikel 22 per marktdag toegewezen als dagplaats.
Voor een dagplaats komen achtereenvolgens in aanmerking:
de marktvergunninghouder met een vaste standplaats die tijdelijke uitbreiding wenst van zijn vaste standplaats, indien en voor zover hij binnen de hem toegewezen branche blijft, en de uitbreiding aansluit op de vaste standplaats;
een vergunninghouder met een hogere anciënniteit heeft voorrang op een lagere anciënniteit.
de meeloper voor een branche die nog niet aangeboden wordt op de betreffende markt of voor een branche die al wordt aangeboden op de betreffende markt, maar waarvan het in het branchepatroon bepaalde maximum aantal vergunninghouders nog niet is bereikt.
De meelopers als vermeldt onder lid 2 sub dienen zich bij aanvang van de markt persoonlijk bij de marktmeester te melden voor de loting van een dagplaats.
De toewijzing van de dagplaats geschiedt door middel van loting, waarbij gebruik gemaakt moet worden van een zogenaamde Bingomolen.
Aanmelding voor deelname aan de loting dient tussen 1 uur en 15 minuten en 1 uur vóór aanvang van de betreffende markt in persoon bij de marktmeester te geschieden onder vermelding van branche en aantal gewenste standplaatsen;
De loting wordt 1 uur vóór aanvang van de betreffende markt verricht door de marktmeester. De loting geschiedt op de volgende wijze:
De tijdig aangemelde meelopers worden per marktdag, op volgorde van aanmelding, op een doorlopend genummerde lijst geplaatst;
II. Er worden een aantal, opeenvolgende genummerde bingoballen, gelijk aan het aantal aangemelde meelopers, in de bingomolen gestopt;
III. Voor elke dagplaats draait de marktmeester aan de molen tot er een bingobal uitrolt. Het nummer op de eerste bingobal die uit de molen rolt, wijst de meeloper aan die eerste gegadigde is voor een dagplaats. De tweede bingobal wijst de tweede meeloper aan et cetera;
IV. De marktmeester wijst op basis van de volgorde van lid III de dagplaats(en) toe aan de meeloper(s).