Je bent alert op situaties tijdens jouw werk waarin je met privérelaties te maken krijgt. Je licht jeleidinggevende in over aanvragen en offertes van vrienden, familieleden of bedrijvenwaarin familie of vrienden werkzaam zijn. Je voorkomt de schijn van vriendjespolitiek enbehandelt dergelijke aanvragen niet zelf.
Je bent terughoudend met het geven van adviezen aan bekenden in de privésfeer. Je bentbedacht op botsing van belangen.
Je let bij het inhuren van ex-collega’s goed op het volgen van de juiste procedure vaninhuur en aanbesteding. Je kunt motiveren waarom de inhuur van een ex-collega alszelfstandige nodig en verantwoord is. Je realiseert je hoe dat kan overkomen op debuitenwereld die geen achtergrondinformatie heeft. Je bespreekt de risico’s met jeleidinggevende.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.7
Belangen van familieleden, vrienden en ex-collega’s
Onderdeel van Gedragscode ambtelijke integriteit