De directeur doet namens het college van burgemeester en wethouders een uitspraak op de klacht.
De directeur stuurt binnen tien weken na ontvangst van de klacht een uitspraak dat een onderzoek achterwege zal blijven of niet zal worden voortgezet, dan wel een uitspraak, waarin het advies van de commissie al dan niet wordt overgenomen, aan klager.
De directeur zendt het advies met de definitieve bevindingen en eventueel oordeel van de commissie, ongeacht de inhoud van de uitspraak van de directeur, aan klager toe.
Bij de uitspraak wordt klager medegedeeld dat hij na verzending van de uitspraak van de directeur een gemotiveerd beroepschrift bij de Ombudscommissie Zuid Limburg kan indienen.
Indien de directeur een uitspraak doet die afwijkt van het advies, wordt de reden voor die afwijking vermeld.
De directeur kan de in het tweede lid bedoelde behandelingstermijn éénmaal voor ten hoogste vier weken verlengen.