1. Bij toekenning van de in artikel 2 genoemde voorzieningen, of bij
toekenning van bekostiging van bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel
3, wordt bij de wijze van vaststelling van de hoogte van de vergoeding
een onderscheid gemaakt tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen
gebaseerd op de feitelijk voorziene kosten per geval.
2. De genormeerde bekostigingsbedragen worden vastgesteld met
inachtneming van het bepaalde in bijlage IV deel A en is van toepassing
op de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a sub 1°, 2°, 6° en
7°. Het bepaalde in artikel 3 is hierbij van overeenkomstige
toepassing.
3. De bekostiging op basis van feitelijke kosten is van toepassing op de
voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder 3°, 4°, 5° en 8°, en onder
b, c, d, en e.