In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
professionele kunst: podiumkunsten, audiovisuele kunst en literatuur, uitgevoerd of beoefend door personen, die over professionele vaardigheden beschikken op basis van een afgeronde studie aan een in de Europese Unie erkende kunstvakopleiding, dan wel deze vaardigheden volgens Burgemeester en Wethouders aantoonbaar anderszins hebben verworven;
beeldende kunsten en vormgeving: beeldhouwkunst, schilderkunst, glaskunst, keramiek, fotografie, grafische vormgeving, edelsmeedkunst, textielkunst, mengvormen van de genoemde disciplines en vormen met toepassing van moderne technologieën;
een commissie: een van de commissies als bedoeld in artikel 1.2;
een subsidiejaar: het jaar waarvoor subsidie beschikbaar is gesteld.