Het is de gezagvoerder van een vaartuig verboden dit te besturen terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van een middel waarvan hij weet of redelijkerwijze moet weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een ander middel - de vaardigheid in het besturen kan verminderen in die mate, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht.
Hoofdstuk
Artikel 10
Het besturen van vaartuigen onder invloed van alcohol-houdende dranken en/of andere stoffen die van invloed zijn op het reactievermogen
Onderdeel van Scheepvaart- en havenverordening