Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 13

Uitstekende voorwerpen

Onderdeel van Scheepvaart- en havenverordening

De gezagvoerder van een vaartuig is verplicht ervoor te zorgen: dat geen onderdelen van het vaartuig naar buiten steken; dat de zeilen zijn vastgemaakt; dat de ankers zodanig zijn geborgd, dat daardoor andere vaartuigen of goederen niet kunnen worden beschadigd, of zodanig in hun kluis hangen, dat zij in geval van aanvaring niet nabij of onder de waterlijn in enig ander vaartuig of goed kunnen binnendringen; dat ankers of ankerkettingen niet zodanig uitstaan, dat deze hinder of schade kunnen veroorzaken aan andere vaartuigen of eigendommen van derden of zo dit niet mogelijk is, dat deze worden aangeduid door een gele boei voorzien van een radarreflector; dat zich langs het berghout of aan een stootklos of zwaard van zijn vaartuig geen buiten het vaartuig uitstekende metalen pinnen, bouten of andere, al dan niet puntige, voorwerpen bevinden. Het in het vorig lid onder a. en b. bepaalde geldt niet voor de gezagvoerder van een vaartuig dat zeilt.

Rechtspraak bij dit artikel